Nr. 29
Nr. 29
Pieter Lastman
De ontmoeting van Odysseus en Nausikaä, 1619 gedateerd
München, Alte Pinakothek, inv./cat.nr. 4947
IRR
Pieter Lastman
De ontmoeting van Odysseus en Nausikaä, 1619 gedateerd
München, Alte Pinakothek, inv./cat.nr. 4947
De weergave van De ontmoeting van Odysseus en Nausikaä, 1619, München, werd in 1609 voor het eerst door Lastman uitgevoerd (nr. 7).1 IRR van deze tweede versie toont een uitzonderlijk gecompliceerd creatief proces, dat slechts met moeite kan worden ontrafeld. Er is een zeer uitvoerige ondertekening zichtbaar, die mogelijk in twee fases werd aangebracht, gezien het verschil tussen wat zachtere, grijzere lijnen en hardere zwartere die voorkomen in eenzelfde partij (bijvoorbeeld op de rug van de vrouw bij de wagen). In beide gevallen ogen de lijnen schetsmatig en worden ze regelmatig diverse keren getrokken, waarbij de donkerder lijnen een versterking en aanpassing lijken van de initiële opzet. De tekening is redelijk gedetailleerd en de fysionomie, plooival en objecten werden vrij goed uitgewerkt. Dat is niet overal het geval, getuige de heel summiere voorbereiding in de stilleven-partij op de voorgrond, waar een fors formaat zilveren kan naar voorbeeld van Adam van Vianen opvalt, die vaker door Lastman werd afgebeeld.2 Bij wijze van uitzondering heeft Lastman in een partij op dit schilderij veel arceringen toegepast. Meestal ontbreken ze of beperken arceringen zich tot enkele krabbels, maar hier paste de kunstenaar ze uitvoerig toe om de anatomie van de naakte, gespierde Odysseus aan te duiden.3 De vorm van met elkaar verbonden boogvormen in groot en klein formaat komt overeen met andere werken. Plooival en schaduwwerking worden zoals op andere schilderijen zonder veel voorbereidende arceringen in het domein van de verflagen uitgewerkt. Verder geeft de ondertekening in enkele gevallen weer de anatomie onder de kleding of anderszins aan. Zo is de ondertekende bilpartij van Odysseus zichtbaar onder de ranken, en loopt die van de vrouw in het centrum van de compositie door onder haar gewaad. Mogelijk is ook de rechterarm van Nausikaä deels doorgetrokken onder haar mouw, maar hier is nogal wat veranderd, zodat dat niet meer goed te beoordelen is.
Een ander aspect dat niet onvermeld mag blijven, is dat niet overal ondertekening zichtbaar is. Dat weinig of geen ondertekening valt waar te nemen in achtergrondfiguren, architectuur of vegetatie is niet uitzonderlijk voor Lastman. In dit geval is echter in een van de metgezellinnen van Nausikaä vrijwel geen ondertekening te detecteren. Het betreft de vrouw met de baret, die in tegenstelling tot de haar omringende figuren geen duidelijke voorbereiding in krijt laat zien.4 Opmerkelijk is dat de ondertekening van de andere figuren rond haar wel rekening houdt met deze figuur, de plooival voor de rok van de vrouw met de wapperende haren stopt namelijk bij de rechterarm van de vrouw met de baret. Vage lijnen bij de pols en de elleboog van haar rechterarm doen vermoeden dat de vrouw met de baret wel een vorm van ondertekening kende, maar dat deze afwijkt van de duidelijke krijtlijnen in de omliggende personages. Ook lijken de rechterkant van de mand met de overhangende doek en de grote kan erboven aan te sluiten bij de werkwijze in de vrouw met de baret. Mogelijk kan dit verklaard worden doordat Lastman al wel een vaag idee had van deze partij, deze partij met enkele lijnen uitblokte, maar dat dit nog nadere vormgeving behoefde. Omdat Lastman zich rond deze tijd minder sterk gaat baseren op de ondertekening en gedurfder wordt in zijn wijzigingen, is het voorstelbaar dat deze partij vervolgens zonder sterke basis in een ondertekening werd uitgewerkt.5 Andersom kan ook een model dat werd voorbereid buiten de drager zijn ingezet, waardoor de figuur alleen met enkele lijnen werd aangeduid.
Uitzonderlijk is een ander fenomeen dat zich op de IRR-montage aftekent. Het betreft een donker vorm die op een aantal plaatsen rond de figuren voorkomt, het duidelijkst bij Nausikaä waar deze vooral rond haar bovenlichaam valt waar te nemen. Waarschijnlijk gaat het hier om een pas recent beschreven fenomeen, de zogenaamde dark halo, die een functie vervulde tijdens het schilderproces.6 Dergelijke vormen komen eveneens voor bij het hoofd van de rugfiguur bij de wagen en bij de linkerarm van Odysseus. Of deze halo’s ook op andere plaatsen aanwezig zijn, is niet meer vast te stellen omdat ze kunnen zijn opgegaan in de zich donkere verf van het oppervlak. Aan de figuur van Nausikaä kan gepoogd worden te verhelderen in welk stadium van het creatieve proces deze vormen werden aangebracht. In de ondertekening houdt zij haar linkerhand in de taille en is de arm niet uitgestrekt, zoals in het oppervlak.7 De donkere vorm bevindt zich evenwel rond de uitgestrekte arm, en deze kan dus zijn aangebracht nadat de verandering in houding werd doorgevoerd. Anderzijds kan het opnieuw toevoegen van donkere verf rond de gewijzigde arm niet geheel worden uitgesloten.
Hoewel het bovenstaande duidelijk maakt dat er een complexe voorbereiding aan het verfstadium ten grondslag heeft gelegen, is het creatieve proces daarmee nog verre van afgerond. In vergelijking met de ondertekening, maar ook ten opzichte van al in verf aangebrachte vormen komen nog ontelbare veranderingen voor, waarvan de belangrijkste aan bod zullen komen. Odysseus is, behoudens kleine aanpassingen in de linkerhand of de haardos, redelijk volgens de ondertekening uitgevoerd, dit in tegenstelling tot Nausikaä. Afgezien van haar gelaatstrekken die de ondertekening vrij goed volgen is er veel gewijzigd. Zo was op haar hoofd een kroon of bladertooi gepland, liep het parelsnoer ten dele wat lager, was de plooival van haar jurk heel anders, had de rechtermouw een grotere bolling, viel een doek over de rechterarm, was het neerhangende deel van de sjerp verder naar links gepland, en liep de zoom van haar kleed anders. Ingrijpender was de aanpassing van de linkerarm, die hierboven al kort ter sprake kwam. In de ondertekening hield Nausikaä haar hand in de taille; pas in tweede instantie werd haar arm uitgestrekt. Nausikaä’s linkervoet verschoof ten opzichte van de ondertekening nog iets naar links (de rok werd daardoor aan de rechterkant wat smaller) en haar rechter voet enigszins naar rechts, waardoor ze nu minder wijdbeens staat dan in het begin gepland. Houding en gebaar stralen in de gewijzigde versie eventueel grotere verbazing over de vrijwel naakte Odysseus uit. Nausikaä lijkt de held nu meer te verwelkomen, in plaats van macht uit te stralen, zoals in de initiële pose met de hand in de taille en breder staand.8 Met beide armen uitgestrekt echoot Nausikaä bovendien de houding van Odysseus.
Van de vrouw bij de wagen die schuin van achteren is gezien, veranderde de hoofdtooi ten opzichte van de ondertekening, ook liep in krijt nog een vorm schuin over haar rug en was de plooival anders. Van haar metgezellin op de wagen waren de wapperende haren in de ondertekening langer en uitbundiger. Haar borstpartij werd aan de linkerkant wat ingetogener, en haar beide handen en de plooival van haar kleding veranderden. De figuur rechts van haar onderging een ware metamorfose. In de ondertekening hield ze haar rechterhand links van haar van schrik geopende mond, het hoofd was minder verkort weergegeven en ze keek – net als de vrouw naast haar – richting Odysseus. Op het hoofd droeg ze een hoge tooi en de hals-uitsnede was vierkant. Dit alles werd ingrijpend aangepast. De rechterhand waarmee ze de parasol draagt houdt ze nu voor haar gezicht, dat naar achteren is gekanteld, waarbij ogen, neus en mond omhoog zijn geschoven, de ogen focussen op de parasol als om die in balans te houden. Of de linkerarm op die manier was gepland en of de grote parasol aanvankelijk daar was gedacht, blijft twijfelachtig. Afgezien van enkele lijnen is er geen heldere ondertekening zichtbaar, en lijkt het te gaan om een oplossing in tweede instantie.9 Als er toch iets van lijnen van een ondertekening zichtbaar is, zou dit betekenen dat tijdens het werkproces nog gezocht werd naar nieuwe vormen. Het ingrijpend veranderen van deze figuur – van een vrouw in ontzetting, met geopende mond en geheven hand, naar een vrouw die zich richt op het in balans houden van haar parasol – ondersteunt het omslagmoment in het verhaal (peripeteia). De vrouw is zich namelijk nog niet bewust van de naakte Odysseus, die dus precies op dat moment vanuit de bosschage tevoorschijn moet zijn gekomen. Daarnaast is de toevoeging van de parasol een belangrijke compositorische ingreep die de voorstelling een klassieke driehoeksvorm verleent.
Bij het wiel van de wagen is in krijt een wirwar aan lijnen te zien, maar geen daarvan bereidt de uiteindelijk geschilderde versie voor. Deze bevindt zich rechts van het ondertekende wiel en is voorzien van grote bolle spaken, die niet in krijt waren gepland. Het stilleven in de voorgrond kreeg de vormen vooral in de verflagen. De Van Vianen-kan heeft een heel schetsmatige ondertekening voor de voet en de buik en een enkele lijn voor de decoratie. De vormgeving vond in de verflagen plaats, waarbij nogal werd afgeweken van de ondertekende verkorting.
Het kleine hondje, dat het schrikmoment ondersteunt door naar Odysseus te blaffen, laat weinig ondertekening zien. Wel is het beestje in verf veranderd, want in eerst waren de achterpoten naar achteren gestrekt en minder ver van de ondertekende linkervoet van Nausikaä geplaatst. De voorpoten stonden iets dichter bij de beschouwer. Net als de verandering bij de vrouwen op de wagen lijkt hier mogelijk een streven aan ten grondslag te liggen om de figuren sterker te isoleren.
Ten slotte dient de partij rechts te worden geanalyseerd, waar het muildier een aantal drastische veranderingen doormaakte. De ondertekening geeft een ander beeld voor het juk, dat veel meer krulvormen liet zien. Ook bevond zich op het achterlijf nog een band en liepen de decoratieve bollen veel verder naar beneden door.10 Ingrijpender is het hoofd van het dier dat niet alleen in de ondertekening, maar, getuige het geschilderde oog met wimpers en de neusgaten, ook al in verf was opgezet en wel op een positie iets lager en meer naar links dan nu zichtbaar is in het oppervlak. Mogelijk keek het dier ook richting de beschouwer. Voor het muildier dat nu zichtbaar is, komt ook enige ondertekening voor, zoals voor decoratie op het hoofdstel. Of er aanvankelijk twee dieren waren gepland, vergelijkbaar met de eerdere versie van dit onderwerp te Braunschweig (nr. 7), of dat een nieuwe schets is gemaakt nadat tot de verandering werd besloten, laat zich moeilijk bepalen.11 In dat laatste geval zou dit overeenkomen met de werkwijze bij het aanpassen van de parasol. De vrouw rechts, die volgens het verhaal bezig is het muildier in te spannen, onderging eveneens aanzienlijke wijzigingen en mogelijk hangen die samen met de veranderingen in het/de muildier(en). Zij is uitgebreid ondertekend en in de tekening lijkt het dat ze als schrikreactie de rechterhand voor haar gezicht hield. Met de hand nu naast haar gezicht herinnert ze enigszins aan de verworpen ondertekening van de vrouw met de parasol. Van haar kleding veranderde de plooival en de lijnen liepen ten dele onder de verflagen van het huidige muildier.
Ondanks een extensieve voorbereiding bracht Lastman tijdens het creatieve proces uitvoerige en talrijke wijzigingen en ingrepen aan. Lijkt de anatomie van Odysseus stevig verankerd in de ondertekening met de uitbundige arceringen, andere aspecten, zoals de vrouw met de baret en de ingrijpende aanpassingen in Nausikaä, de muilezel en de vrouw die de parasol draagt, wijzen op een geringer wordend belang van de ondertekening voor het geschilderde eindresultaat.
Nr. 29
Pieter Lastman
De ontmoeting van Odysseus en Nausikaä, 1619 gedateerd
München, Alte Pinakothek, inv./cat.nr. 4947
IRR
Pieter Lastman
De ontmoeting van Odysseus en Nausikaä, 1619 gedateerd
München, Alte Pinakothek, inv./cat.nr. 4947
Notes
1
Voor een bespreking van de twee versies van De ontmoeting van Odysseus en Nausikaä zie Golahny 2010, p. 191-193 en Seifert 2011, p. 101-103 en 153.
#fn2 Zie ook hierboven noot 100.
#fn3 De figuur van Odysseus herinnert volgens Seifert 2006, p. 18 en Golahny 2008, p. 161 aan de knielende figuur rechts op de Madonna van de rozenkrans. De houding sluit wellicht nog beter aan bij de pelgrim in de voorgrond van Caravaggio’s Madonna van de pelgrims in de Sant’Agostino te Rome, die Lastman eveneens kan hebben gezien, Golahny 2008, p. 159. De sterk benadrukte musculatuur stamt echter niet van Caravaggio.
#fn4 In de twee vrouwen links van de rugfiguur is heel weinig ondertekening zichtbaar, maar het betreft hier, vooral bij de achterste, personages die wat verder in de diepte zijn weergegeven. Zelfs voor de twee figuren helemaal in de achtergrond is nog een zeker mate van voorbereiding in krijt te zien.
#fn5 Met dank aan Rudi Ekkart voor deze suggestie.
#fn6 Derks et al. 2022a en Derks et al. 2022b, Book of Abstracts: ‘Although this technique is rarely addressed in literature, a significant amount of baroque paintings exhibit these dark, halo-like bands. […] The use of the dark halo technique may be a solution to an optical problem that arose when baroque painters reversed the traditional painting sequence of working from the back to the front. It seems that the dark halo provided an essential tonal reference, against which the right colors could be determined.’
#fn7 Golahny 2008, p. 161 brengt de figuur van Nausikaä in verband met de H. Dominicus op The Madonna of the Rosary van Caravaggio. De heilige heeft beide armen licht naar voren gestrekt en de eerste ondertekening voor Nausikaä met de hand in de taille wijkt daar dus aanzienlijk van af. Met de vervolgens uitgestrekte linkerarm komt de vrouwenfiguur echter iets dichter bij de heilige.
#fn8 De arms akimbo met de hand(en) in de zij, komt zelden voor in een historiestuk, maar valt vaker waar te nemen in portretten, bijv. Rembrandts Vaandeldrager. Met dank aan Volker Manuth. Wel zien we de houding in Jozef op Jozef deelt koren uit in Egypte.
#fn9 In de hybride vorm van voorbereiding is wellicht een parallel te zien met de vrouw met de baret op de wagen en de veranderde linkerarm van Nausikaä.
#fn10 In verf is een gedecoreerde band aan het grote wiel bevestigd, dit is een oplossing die het rijden van de wagen onmogelijk zou maken.
#fn11 In de vertaling van de Odyssee uit 1561 en 1607 is sprake van ‘muylen’, zie voor de versie uit 1607 Seifert 2011, p. 276-277. Het kan echter niet worden uitgesloten dat Lastman een andere uitgave in een andere taal ten dienste stond. In latere vertalingen wordt wel van een muildier gesproken.